Bezienswaardigheden

Sint-Margaretakerk

Zeer oud gebouw

Tussen de huizen, aan de met eiken en linden prijkende brinken, verrijst de kerk met zijn zware dorpstoren en zadeldak. Een zeer oud gebouw. De parochiekerk wordt met andere Drentse kerspelkerken reeds genoemd in een oorkonde van 1139. De Bisschop van Utrecht draagt enige opbrengsten van kerken in Drenthe, waarbij de kerk te Norg, over aan de Sint Plechelmuskerk te Oldenzaal. Deze pachten moesten op Sint Jacabsdag worden betaald te Anloo. De kerk te Oldenzaal droeg deze pachten in 1256 over aan de Sint Clementskerk te Steenwijk. De kerk te Norg, van reuzenmoppen opgetrokken, bestond dus reeds in 1139. Ze was voor de hervorming gewijd aan de Heilige Margaretha. Er waren hier twee avondmaalsbekers van zilver. Op de een staat: "Kerken beker tot Norch a.o. 1627", op de ander "de kerken beker van Norch a.o. 1823 ". Omtrent de eerste valt op te merken, dat daarop gegraveerd is geweest "Sancta Margrita Patrona tot Norch". In 1650 berichten de visitatoren aan de synode, dat dit opschrift geheel was uitgedaan. Jammer genoeg zijn ze later verkocht. Eén er van heeft men later terug kunnen kopen op een veiling en staat nu in het Rijksmuseum te Assen. Thans bestaat de kerk uit een éénbeukig schip ( 13 eeuws) en een koepelvormig gewelfd koor uit dezelfde tijd ongeveer, met halfronde sluiting, waarin vijf smalle vensters. De ribben van het koorgewelf rusten op met koppen versierde kraagstenen. Het kerkhof was oorspronkelijk omgeven door een muurtje waarin twee deuren, één aan de Noordzijde en één aan de Zuidzijde. Misschien aparte ingangen voor mannen en vrouwen. Het muurtje, hetwelk diende om de graven tegen het wroeten der loslopende varkens te beschermen, is omstreeks 1900 afgebroken tot aan de oppervlakte van het kerkhof. Boven de ingang van de toren is het wapen Ripperda in steen aangebracht. Vermoed wordt, dat Adolph Ripperda, wonende op het huis te Peize in 1624, toen de kerk zeer bouwvallig was, gelden schonk voor het herstel der kerk. Bij die herstelling werd uit dankbaarheid de steen met het wapen Ripperda boven de deur geplaatst. De klok in de toren heeft als opschrift: "Soli deo Gloria. Wilhelmus Jacobus de Vrij me Fecit. Anno 1655. Voor het Karspel Norch". In de rand het wapen der stad Groningen. Zij is gekocht van geleend geld. In 1798 werd het uurwerk aangeschaft. Bewaard bleven het bestek, het contract met de uurwerkmaker Frijdes. J. Lamers, alsmede rekeningen van bijkomstig werk. Al met al kwam het uurwerk plus werkloon extr. op f 506,-, met garantie van 5 jaar. Verder vermeldt het artikel diverse nota's voor onderhoud aan kerk en toren. Tegen de Noordwand van de kerk is de zgn. "Tonckensbank" geplaatst. Een mansbank en een vrouwsbank, beide met vier zitplaatsen. De toren is eigendom van de burgerlijke gemeente. In 1624 was de kerk bouwvallig en in 1829 zodanig, dat een Asser bouwkundige adviseerde het gebouw maar af te breken. Hiertoe was men echter niet bereid. In 1837 ging men evenwel toch tot herstel over, wat door de leden moest worden bekostigd. De preekstoel werd in 1678 door de kistenmaken Dirk Jans Bymolt te Groningen voor f 250,- geleverd. De opschriften luiden: "Zijt daders des woords ende niet alleen hoorders, Jacobus 1 vers 22". En "1678, den 14 juni gesett, als pastor was dr. Martinus Croons". De Tonckensbank dateert uit het laatste kwart der 17e eeuw en toont het wapen van het geslacht Lunsingh. Dit wapen geeft op een schild drie balken, waarover een Sint-Andrieskruis, geschaakt van rood en zilver, terwijl in een vrij kwartier een klimmende leeuw voorkomt.

Bengelklokje

In het geding om het omstreden "bengelklokje" van Dikninge waarover later, toonde Mr. Tonckens een kwitantie, gedateerd 23 mei 1680, van de aankoop van A. en P.W. Struik voor de helft van een bank in de kerk en verklaarde nu dat vele jaren geleden de andere helft der bank van de rentmeester Struik was aangekocht. Wellicht is deze bank, gelijk het bewuste bengelklokje destijds door hun hovenier Kuiper naar Norg overgebracht. Ds. Croons (een Drent van geboorte), was van 1644 tot 1696 predikant te Norg. De bijbel op de preekstoel is een geschenk van Ds. S.H.A. Begemann, sedert 1800 predikant te Norg en bij het vieren van zijn 50-jarig dienstwerk in de Ned. Herv. Kerk in juli 1838, schonk hij de kerkelijke gemeente de bijbel. De kerk bevat de volgende grafzerken:
l. van Roedolfus Goestinus, pastor te Norch, plm. 25-6-1638.
2. van Margretha Wassenbergh, huisvrouw van pastor Martinus Stephanus, plm. 22-1-1645.
3. vanGibbeltien Hindric, huisvrouw van pastor Rudolphus Horstenius, plm. 8-2-1658.
4. van Sibrandus Hellinga, predikant te Norg, plm. 9-1-1802. (Begraven in het koor.)
5. van Jaochimus Lunsingh Tonckens, plm. 23-11-1821. (Begraven binnen het doophek.)
6. van Dr. Jan Oldenhuis Kymmel, plm. 9-8-1824. (Begraven in het schip.)

Restauratie


Het half-pneumatisch orgel draagt het opschrift: "Geschenk van Marchien Martens te Zuidvelde, ter nagedachtenis van wijlen haar broeders Egbert en Enghert Martens. Ingewijd door Ds. R. Beunk 4 october 1896". Boven het koor heeft eertijds een opschrift gestaan. Ds. Beunk komt na veel speuren tot de slotsom dat er, vertaald, stond te lezen: "Kom heilige geest, van God en Jezus, onzen Heer. Geest der waarheid, roept allen." (N.D.V. 1906) Naar oud gebruik wordt bij overlijden van een volwassene de klok des morgens om 9 uur driemaal geluid. Bij een kind tweemaal. Wegens bouwvalligheid van kerk en toren werd de kerk in 1969 opnieuw gerestaureerd. Voor deze kosten werd een beroep op de bevolking van Norg gedaan. Binnen 6 weken tijds was er een bedrag van f 130.000,- bij elkaar. Dit was aanmerkelijk meer dan het bedrag van f 90.000,- dat zelf betaald moest worden. Op 16 december 1971 kon de eerste kerkdienst weer worden gehouden. Bij het archeologisch onderzoek tijdens de restauratie kwamen enkele bijzonderheden aan het licht, die uitvoerig zijn beschreven in de N.D.V. 1974. Volgens dit onderzoek moet de kerk reeds twee voorgangers hebben gehad. Het bestaande éénschepige gebouw stond niet toe vast te stellen of de beide voorgangers één- of meerschepig, in het bijzonder drieschepig, zijn geweest. De mogelijkheid dat zij inderdaad drieschepig waren, mag niet worden uitgesloten. De sluitsteen in het koor, waarop thans nog vaag de tekening van een vogel valt te onderscheiden, droeg toen een tekst, die zou hebben bestaan uit het volgende: "+ Veni Sancte Spiritus. Diq DoN+ SVVO". De drie eerste woorden: "Kom Heilige Geest", zijn duidelijk, de rest kan uit afkortingen hebben bestaan, maar ook fout zijn gelezen. Het kerspel bezat een archiefkist, die wel in de kerk heeft gestaan. Uit een acte blijkt dat er een Sacramentenhuisje is geweest (een met beeldhouwwerk versierd kastje, meestal van een rijke bekroning voorzien, waarin gewijde hostiën werden bewaard). Tevens bezat zij oudtijds een altaar, gewijd aan de twee Heiligen: Sint Nicelaas en Sint Maarten. Aan dit altaar was een Vicarie verbonden, welker inkomsten genoten werden door de Vicaris, die het altaar als Kapelaan van de Pastoor bediende. De Vicaris was verplicht de dienst waar te nemen in de onder het Kerspel Norg ressorterende Kapel van Veenhuizen. De collatie (recht van ambtbegeving) van deze Vicarie behoorde (in 1567 en later) tot de eigenerfde familie Lunsche, later Lunsingh. In dat jaar werd de Priester Jan Falke, afkomstig uit Ruinen, door de toenmalige collatrix Henderika Knasse, weduwe van Jaochim Lunsingh aangesteld als Vicaris van Norg. Over dit collatierecht ontstond verschil tussen de familie Lunsingh en andere erfgezetenen te Norg. Wij weten dat de vicariegoederen te Langelo gelegen waren en dat de boerderij, thans bewoond door fam. Jager nog als "de Vicarie" bekend staat. De Gedeputeerde Johan Lunsche heeft veel gedaan om de kerkhervorming in Drenthe ingang te doen vinden..

"Geschiedenis én Historie welke waard zijn bewaard te worden voor ons nageslacht."
- Historische Vereniging Norch