Bezienswaardigheden

De molens

Asserstraat en Westeind

Twee korenmolens geven aan het dorp nog een mooi landelijk aanzicht. Eén staat in het Westeind en de ander aan de Asserstraat ongeveer achter de woning van dokter Elzenga, vóór aan de Eenerstraat, stonden vroeger nog twee standaardmolens, één voor 't koren en één voor het "vollen" der wol (kloppen en verven), een zgn. "volmolen", die toebehoorden aan molenaar Thijs Stevens Mulder en in 1870 werden verkocht aan de gebroeders L. en R. Hoff, timmerlieden te Norg. Toen deze gebroeders hun korenmolen in 1873 verkochten, moest ook de volmolen, volgens de voorwaarden van het gemeentebestuur worden afgebroken. Op een raadsvergadering van 12 april 1878 werd aan W. Stevens te Langelo vergunning verleend tot het bouwen van een wind- en korenmolen (de thans nog bestaande molen in het Westeind). Deze is steeds in eigendom van de fam. Stevens gebleven en door dezen bediend tot hij plm. 1960 geen reden van bestaan meer had en werd verkocht aan de heer Nijhoff te Haren, die hem liet restaureren en als permanente woning ging inrichten. Draaien kan hij echter niet meer, maar gelukkig blijft hij voor afbraak gespaard. De molenduinen en het "Molenveen" hebben hun naam aan bovengenoemde molens te danken. De molen aan de Asserstraat was vroeger eigendom van De Vries, daarna van Luderus Warmelts en is later verkocht aan de tegenwoordige eigenaar, de heer J. Snijders. Hoewel de voedermethoden van de laatste jaren zodanig zijn gewijzigd, dat er praktisch geen koren meer wordt vermalen en de molen dus op nonactiviteit werd gesteld, is hij nog steeds bedrijfsklaar. De molens in Drenthe staan nu onder Monumentenzorg, zodat ze gelukkig voor afbraak blijven gespaard. Jammer genoeg fungeert er bijna geen meer als korenmolen, waarom wij de wieken niet meer zien draaien. In ons volksleven heeft de molen (wat voor molen dan ook) altijd met de mensen mee bewogen.

Overbrengen van mededelingen

Molens kunnen gedachten en gevoelens vertolken : vanouds werden zij benut voor het overbrengen van mededelingen (telefoon was er toen nog niet) door het in een bepaalde stand zetten van de wieken, ofwel roeden. Zo duidt de stand der wieken bij fig.I op "komend", d.w.z. bij geboorte. Figuur 2 noemt men "heengaander", n.l. de stand bij rouw. Het was altijd de gewoonte om bij overlijden van de molenaar, alle twintig windborden van de wieken van diens molen te verwijderen en de binnenroede tot stilstand te laten komen even nadat ze de verticale stand was gepasseerd. Stierf de vrouw van de mulder, dan bleef op het bovenste eind van de roeden één windbord over en hoe verder de graad van verwantschap, des te meer windborden bleven op hun plaats. Ook bij het voorbijtrekken van een begrafenisstoet werd de molen "scheef gevangen en gestopt". Een roede "voor de borst", d.w.z. de ene verticaal gesteld en de ander horizontaal (zie fig. 3) geeft te kennen, dat het werk even onderbroken is. Dit deden de mulders in Norg o.a. in de bezettingsjaren wel eens, als waarschuwing aan de boeren dat er een controleur op de molen was. De kust was dan niet veilig voor het brengen van koren dat clandestien gemaald moest worden. "Overdek of overkruis", waarbij de roeden een hoek van 45 graden met de horizon vormen, betekent : langere tijd van stilstand (zie fig. 4 ).Waren de zeilen over alle wieken geslagen (zie fig. 5), dan betekende dat, dat de molen defect was en er direct hulp moest komen. Bij bruiloftviering of een dorpsfeest werd de molen op "komend" gezet en waren de wieken versierd met vlaggetjes enz. (zie fig. 6). Er zijn nog andere tekenen waarmee molens iets kunnen "zeggen", maar er bestaat geen vaste grammatica in deze taal. In februari 1974 was Drenthe nog 30 korenmolens rijk.

"Geschiedenis én Historie welke waard zijn bewaard te worden voor ons nageslacht."
- Historische Vereniging Norch