Norg in vogelvlucht

De geschiedenis van Norg in het kort

Sinds 1139

Norg, eertijds Norch geheten, is een zeer oud dorp. Reeds in een akte van hetjaar 1139 wordt het vermeld. Tot het dorp behoren de gehuchten Zuid- en Westervelde, Peest, Langelo, Een, Norgervaart en Veenhuizen. Samen telden ze in het jaar 1795 ongeveer 60 huizen, waaronder begrepen 4 à 5 huizen te Veenhuizen. Bovendien nog 12 "keuterstee'n". Volgens de lijst van bevolking van dat jaar, had het dorp Norg een inwonertal van 308, Zuidvelde 62, Westervelde 115, Peest 63, Langelo 111, Een 108 en Veenhuizen 42. (N.D.V. 1955.)

Landbouw en bos

Norg is ongetwijfeld één der mooiste en oudste dorpen van Drenthe. Het had vroeger een overwegend landbouwende bevolking. Zijn bosrijke omgeving doet menig toerist naar Norg trekken. Langs welke toegangsweg men het ook benadert, overal wordt het oog getroffen door z'n fraaie entree. Van oudsher is Norgal bekend om zijn paarden- en veemarkten. Het behoorde vroeger tot het Se Dingspil (Vries) van Drenthe, dat gevormd werd door de kerspels Vries, Eelde, Norg, Roden, Roderwoldeen Peize. Aan het hoofd van een kerspel stond een schulte. In 1558 trachtte Johan van Ewssum (heer van Nienoord), van Fhilips II in leen te ontvangen de volle jurisdictie over Roden en Norg. De Staten van Drenthe hadden er geen oren naar om van Norgen Roden een heerlijkheid te maken, zodat zijn pogingen faalden.

Ziekte en plagen

In 1768 heerste er onder de runderen een ziekte, "de Koog" of "Kooge" genaamd, die het eerst te Norg werd waargenomen en daar het hevigst heeft gewoed. In 1769 werden de predikanten door Drost en Gedeputeerden aangeschrevèn, om bij openbare godsdienstoefeningen voor 't ophouden der ziekte te bidden. Een andere plaag voor de veestapel vormden de wolven, die in het oude Landschap nog lang en in grote getale voorkwamen. In 1736 en 1737 werden tussen Witten, Hoogersmilde, Veenhuizen en achter Westervelde nog wolvenjachten gehouden. Op een gemeenteraads-vergadering van juni 1832 gaf raadslid Mr. J. Tonckens in overweging, om tegen verspreiding van de choleraziekte in ons land, op de aanstaande Norger herfstmarkt alle kramen, stalletjes en handel te weren, behalve rundvee. Ook schijnt men toen veel last van schadelijk gevogelte als eksters en mussen gehad te hebben. Voor het doden en inleveren van 1 ekster werd 5 cent, voor 1 mus 2 cent betaald.

Eerste ambten

Op 17 oktober 1832 kreeg Norg zijn eerste "medicinale" dokter, tevens "heelen vroedvrouw" in de persoon van G. v.d. Steen uit Utrecht. In die jaren was, naast de particuliere praktijk, het gemeentelijk traktement van een dokter f250,-, waarbij hij tevens armlastigen uit de gemeente en gedetineerden te Veenhuizen gratis moest helpen. Ook een predikant had cÜt salaris, plus de inkomsten van de vicarie. Een onderwijzer genoot f 78,- jaargeld en ging bij de ouders van de schoolgaande kinderen zgn. "rondeten", gelijk een schaapherder. Een veldwachter verdiende f 208,- per jaar, waarmee in 1837 veldwachter Egbert Kroeze geen genoegen nam om met vrouw en 5 kinderen van te leven. Een boerenknecht verdiende in 1890 per jaar boven kost en inwoning 2 hemden, 1 paar schoenen, 1 broek, I hemdrok hoogstreept en 5 gulden en een meid 1 paar schoenen, 2 paar holsen (muilen met houten zolen), 2 schoeden (schorten), 2 paar hozen (kousen), 3 hemden en 1 drieschaften rok ( drieschaften wil zeggen een weefsel van drie draden, terwijl een vijfschaften rok van 5 draden geweven werd), plus 12 gulden.

Dorpsbasis

Op 14 oktober 1848 besluit de Raad het gemeentehuis, dat gelegen was in Westervelde (vermoedelijk in het "Huis te Westervelde") en nog bewoond door burgemeester Herman Hubert van Lier, te verplaatsen naar Norg. Voorlopig werd het gevestigd in het café "Het Oud Gemeentehuis" aan de brink, vroeger gebouwd en bewoond door aannemer L. Hoff en later bewoond door R.A. de Vries. In 1882 werd op de brink van Norg voor de kerk op de plaats van de oude school een nieuwe o.l. school met drie lokalen gebouwd, deels uit steen van de oude school. Voor dat doel moest nog 2 are 99 centiare grond worden aangekocht van de boermarke en enige grond van de kerkvoogdij. Later werd nog een lokaal bijgebouwd. Eerst in 1883 kocht de gemeente het gebouw van Mevr. de Wed. Mr. Lucas Roman (oud-burgemeester van Norg, 1843-1871) en werd daar een nieuw gemeentehuis gebouwd, wat ook door burgemeester Mr. J. Tonckens (1871-1882) werd bewoond. In 1930 werd het raadhuis verbouwd. Op 22 november van dat jaar werd in deze nieuw gebouwde raadszaal het eerste huwelijk gesloten.

Verbindingen

In het midden der 18e eeuw bestond er een postverbinding Groningen-Lemmer over Norg en Veenhuizen. In mei 1835 wilde Norg deelnemen aan het veerschip MeppelSmilde (lossing in de kolk te Huis ter Heide) onder voorwaarde dat Norg zich het recht voorbehield, dat, indien de Norgervaart verderop naar het kerkdorp Norg zou worden doorgegraven, de losplaats meer binnenwaarts in de gemeente zou worden bepaald. Gedacht werd hierbij aan het graven van een vaart via Norg naar het Leekstermeer. Zo heeft men ook lange jaren gewerkt aan een tramlijn Roden-Norg-Smilde, die de bestaande lijnen Groningen-Drachten en Assen-Meppel onderling zou verbinden. Van beide plannen werd op den duur afgezien. In 1863 heeft Eelde getracht een straatverbinding met Norg te krijgen, maar de Raad zag meer voordeel in een straatweg Roden-Langelo-Norg-Smilde, die in 1869 tot stand kwam. De straatweg Friesche grens-Norg-Vries, met een zijtak Een, over Steenbergen naar de kunstweg Norg-Roden, werd in 1912 aangelegd.

Tol

In verband met het plan tot aanleg van een kunstweg Smilde-Norg-Roden, werd door de Raad op 28 mei 1874 het besluit genomen drie tolbomen met tolgaarderswoningen te plaatsen n.l. één op 't gebied der gemeente Smilde in de nabijheid der gemeentescheiding van Norg, één op de grens der gemeente Roden in de nabijheid van Roden ten Zuidwesten van de Steenduiker bij de begraafplaats en één te Zuidvelde. Vrij van tol werden de paarden, wagens en vee van ingezetenen van Steenbergen. In 1870 besloot de Raad bij de gemeenschappelijke tolboom Norg-Roden een tol te heffen van: Paard of ezel 4 cent, rundvee 2, varken of geit 1, 50 schapen of meer (kudde) 50, bok of hond aangespannen 1, rij- of voertuigen op twee wielen of 4 wielen 2, voor elk paard, runderbeest of ezel aangespannen voor rij- of voertuigen op 2 of 4 wielen 8, twee paarden, ezels of rundvee aangespannen 15, ieder aangespannen paard of ezel daarenboven 7, voor 2 paarden voor hooiwagens 2, samengekoppelde hooiwagens of voertuigen 7 cent. Vrijgesteld waren: paarden wegens mestrijden naar het land, paarden en vee gedreven naar de wei, wagens die veldgewassen naar huis vervoerden, uitgezonderd turf, losse ongezadelde paarden zonder halster, die naar de hoefsmid moesten en paarden voor de lijkwagen. In 1917 zijn alle tollen in de gemeente Norg opgeheven.

School

Op een raadsvergadering van 17 september 1874 werd besloten de scholen te Langelo en Zuid- en Westervelde (deze laatste stond in het zgn. "schooldennebos", grondgebied van de fam. Tonckens) op te heffen en te doen vervangen door gewone bijscholen, waarin alleen zang zou worden gegeven. De Raad oordeelde dat Zuid- en Westervelde en Langelo ieder ongeveer een half uur gaans van de school te Norg verwijderd zijn en de kinderen van die gehuchten, evengoed als die van Peest, te Norg ter school kunnen gaan. Op 4 november 1874 kwam in de gemeenteraads-vergadering ter sprake, de resolutie van G.S., waarin deze niet berustten in de opheffing van deze scholen. De Raad besloot daarom, de opheffing van de school te Westervelde dienaangaande in te trekken. De school te Langelo werd dus opgeheven, waarom deze kinderen gedoemd waren in het vervolg in Norg ter school te gaan. In een raadsvergadering van 13 augustus 1877 deelde burgemeester J. Tonckens mede, dat B en W de nieuwe o.I. school te Een hadden opgenomen en goedgekeurd. Besloten werd de afbraak van de oude school, zoals ramen, deuren en kozijnen afzonderlijk en de muren en pannen in percelen te verkopen. De roerende goederen, voor zover niet bruikbaar, in 't openbaar.

School (2)

In de eerste helft der 19e eeuw kreeg Norg vooral betekenis, toen de Maatschappij van Weldadigheid in de jaren 1819-1823 hier haar groots opgezette kolonisatiewerk aanving met de aankoop van 3000 ha woeste grond, die in cultuurgrond zou moeten worden omgezet door lieden die daarvoor over 't algemeen niet geschikt waren. Zoals alle gemeenten in Drenthe, breidde ook Norg zich uit. Er kwamen meer kinderen en de toestand in de scholen werd onhoudbaar. Derhalve zag de gemeentekas van Norg zich na 1906 geplaatst voor grote financiële offers. Reeds in dit jaar werd een nieuwe o.I. school met 2 lokalen en onderwijzers-woning te Westervelde opgeleverd, in augustus 1924 gevolgd door een school met 2 lokalen plus onderwijzers-woning te Huis ter Heide. 30 Januari 1922 besloot de Raad geen derde lokaal aan de bijzondere school te Een te bouwen, maar de kleinste der 2 te vergroten. Maar ook Langelo vroeg om een school, waarvoor de boermarke van Langelo de grond gratis beschikbaar stelde. Het zou echter tot 1930 duren eer deze twee-lokalige school, plus onderwijzers-woning tot stand kwam. In hetzelfde jaar werd ook in EenWest een nieuwe 2-lokalige school met onderwijzers-woning gezet.

Verdere groei

In 1920 kwam men tot aanleg van een electrisch laagspanningsnet, aansluitend op het hoogspanningsnet. Aan E. Boerema, eerder smid te Norg, werd in dat jaar subsidie verleend voor de busdienst Norg-Assen, onder voorwaarde de dienstregeling zo te stellen, dat leerlingen van de o.I. scholen tijdig in Assen kunnen zijn om aldaar voortgezet onderwijs te kunnen volgen. Van deze dienst werd door scholieren en de bevolking druk gebruik gemaakt. Ook op cultureel gebied kwam er meer leven in Norg. Zowel in als buiten het dorp werden toneel- en zangverenigingen opgericht. Ook sportclubs, als korfbal, voetbal, gymnastiek enz. kwamen van de grond, waarvoor terreinen en lokalen nodig waren. Door de gemeente werd daarvoor 3 ha grond gehuurd van de fam. Egberts te Norg. In 1927 besloot men tot het bouwen van een bijzondere school te Veenhuizen. In de korte jaren dat de heer J. Tonckens als burgemeester van Norg heeft gefungeerd (1935-1937), kwam het "Natuurbad Norg" tot stand. Ook werd toen de eerste kleuterschool aan de Schapendrift in Norg gebouwd.

WO II

In de toen heersende crisisjaren kon de landbouwende bevolking in ons land moeilijk het hoofd boven water houden. Buiten onze grenzen brak het oorlogsgeweld los onder het regiem van Adolf Hitler. Holland was neutraal in het conflict. Zou dit ons land behoeden voor een inval? Men leefde in spanning. 9 Mei 1940, 's avonds 8 uur sprak de Minister President H. Colijn over de radio o.a. de geruststellende woorden: "Ga maar rustig slapen". Op de mooie lentemorgen van 10 mei ronkten de zware Stuka's over ons land en hoorde men over de radio, dat de Duitsers ons land waren binnengevallen. Tengevolge van de bezetting 1940-1945 kwam er praktisch niets tot stand. Door de Duitse Weermacht werd in Peest een vliegveld aangelegd, waarbij vele inwoners van Norg en omliggende gemeenten werden gedwongen te helpen. Daar de landingsbanen niet geschikt bleken voor de zware bommenwerpers, heeft dit vliegveld weinig betekenis gehad. Hoewel veel burgemeesters in de bezettingsjaren gingen onderduiken, bleef burgemeester Pelinck op zijn post, wetende wat Norg stond te wachten als hij vertrok. Onder dikwijls zeer moeilijke omstandigheden wist hij het schip door de branding heen te helpen. De bevolking van Norg heeft dit later zeer in hem gewaardeerd.

Na-oorlogse groei

Na de bevrijding stond Norg voor diverse uitbreidingen, zowel wat scholen, als woningen betrof. In mei 1947 werd de eerste kleuterschool in Veenhuizen reeds geopend. In 1949 besloot de Raad de oude school, staande voor de kerk te Norg, af te breken en een nieuwe school aan de Schoolstraat te bouwen. Van het materiaal van de oude school werd tegenover de nieuwe een dorpshuis gezet, tevens dienende als gymnastieklokaal. Ook de sportclubs vroegen wederom om meer terreinen en kleedkamers, als gevolg waarom de gemeente in 1951 overging om 3 ha land, gelegen naast het sportterrein aan te kopen voor uitbreiding, zodat zij nu beschikt over 6 ha sportterrein. Wat reeds eerder in de Raad was overwogen, kwam in 1952 tot stand, n.l. een u.l.o. school met 4 lokalen, gebouwd naast de nieuwe o.I. school. Dit in verband met het feit, dat het departement van Justitie de zorg voor het o.l. en u.l.o. onderwijs te Veenhuizen niet langer voor zijn rekening wilde nemen. De afdeling u.l.o. van de school aldaar is wegens een te gering aantal leerlingen niet door de gemeente overgenomen en als gevolg daarvan opgeheven. Dit opende de mogelijkheid in het dorp Norg een u.l.o. te stichten. Behalve Een, kregen Norg en de omliggende dorpen in 1954 waterleiding. Een lang gekoesterde wens van de Eener bevolking werd in 1961 vervuld door de bouw van een nieuwe o.I. school.

Boerenleenbank

Ook het bestuur van het Groene Kruis zag uit naar een groter gebouw. De burgerwoning aan de weg naar Langelo voldeed niet meer aan de eisen. In 1962 stichtte het een nieuw gebouw op een terrein, aangekocht van burgemeester Pelinck, in de kom van het dorp, tegenover het witte huis van de fam. Pelinck. Eerst op 21 juni 1968 werd het door Dr. Mantinghe, geneeskundig Inspecteur der Volksgezondheid, geopend. De boerenleenbank te Norg werd in 1908 opgericht en gevestigd in de woning van de benoemde kassier, de heer H. Hoff aan de Peesterstraat. In 1945 volgde de heer A. Rijks hem op en werd het kantoor tijdelijk ondergebracht in een perceel aan de brink. Door benoeming van de heer Rijks tot directeur van de Coöp. Stoomzuivelfabriek te Norg in 1950, werd als kassier benoemd de heer L. Komduur uit Sleen. Tevens werd in hetzelfde jaar het nieuwe bankgebouw (annex kassiers woning) in het Oosteinde van Norg in gebruik genomen. In 1969 werd dit gebouw weer vernieuwd en op 21 april door burgemeester 0. de Boer geopend.

Molenduin bad

Daar het "Natuurbad Norg" niet meer aan de steeds hoger gestelde eisen voldeed, heeft de vereniging, als eigenaresse, plannen doen ontwikkelen voor een geheel nieuw bad. Deze zijn in een later stadium, in overleg met de gemeente, afgerond. Daar het nieuwe bad niet rendabel zou zijn te exploiteren, heeft de vereniging het oude bad aan de gemeente overgedragen, die vervolgens opdracht tot uitvoering van de plannen heeft gegeven. Sedert 1972 heeft Norg nu een gemeentebad. Als nieuwe naam werd gekozen "het Molenduin bad", omdat het in het gebied van de Molenduinen ligt. Het bad heeft een verwarmings-installatie. Zo volgt het één op het ander. Het gymnastiek-lokaal bleek al weer te klein te zijn, waarom de Raad in 1964 besloot een geheel nieuw lokaal te bouwen naast de o.I. school, op de hoek van de Schoolstraat. In hetzelfde jaar wordt Norg van aardgas voorzien.

Schaalvergroting

De schaalvergroting gaat door en ook Norg zal met de tijd mee moeten gaan. In 1965 wordt een nieuwe o.I. school in Veenhuizen gebouwd en in 1966 in Een een nieuwe kleuterschool. Het jaar daarop krijgt Een een nieuw dorpshuis "De Boswal" genoemd. Bij de kinderspeeltuin "Lampesveentie" wordt in 1968 een nieuwe kleuterschool in Norg gezet, die meer ruimte biedt dan de oude aan de Schapendrift. Dit oude gebouw wordt geschikt gemaakt voor de voorlopige huisvesting van de openbare bibliotheek-leeszaal.

Gemeentevlag

Op 11 januari 1974 kreeg Norg een gemeentevlag. Door Mr. G.A. Bontekoe (die ook het wapen van Norg ontwierp), werd een gemeentevlag ontworpen, welke er als volgt uitziet: "Lengte verhoudt zich tot de hoogte als 3:2, verdeeld in 4 blokken rood en wit, door een verticale lijn, getrokken op een derde van de vlaglengte, gemeten vanaf de broekzijde en een horizontale lijn op de helft van de hoogte. Het bovenste blok aan de broekzijde is beladen met een witte, steigerende hengst, het onderste blok aan dezelfde kant met een vierkante, aan alle hoeken gebastionneerde rode schans, de hoofdlijnen van beloop evenwijdig aan de randen van het veld."

Kunst

Aan de Esweg, in een omgeving waar het oude Norg nog in volle pracht aanwezig is, ligt "de Eshof". Het is een gerestaureerde boerderij uit hetjaar 1672. Dit pand, evenals meerdere in dit gedeelte van Norg, werd in 19 59 door de gemeente aangekocht. Het was de bedoeling hier een kunsthoek te creëren en nog een stukje oud Norg te bewaren. Het pand naast de Eshof werd overgenomen door kunstschilder J. Oostendorp, die het liet restaureren en inrichten tot exploitatie van zijn werken. De fam. Jager huurde "de Eshof' van de gemeente en bouwde deze boerderij in 1970 a.h.w. om tot een waar Folkloristisch museum. Er staan 5 weeftoestellen in, waaronder één afkomstig uit de 18e eeuw, waarop Mevr. Jager mooie tapijten weeft. Tevens vindt men er een arreslee, een oude brandspuit uit Norg, prachtige wafelijzers o.a. met ingegrifte figuren van Adam en Eva, letterdoeken uit Grootmoeders tijd, een bedstee uit de Bareltshoeve te Langelo anno 1829 enz. Beide kunstzaken trekken jaarlijks veel belangstelling van de tauristen en vacantiegangers. De ruimte in de Eshof is beperkt. De fam. Jager zocht daarom naar uitbreiding. Zij vond deze door in 1976 een oude boerderij achter de kerk uit hetjaar 1717 van wijlen Jac. Hoven aan te kopen. Deze boerderij, met naastgelegen schaapskooi werd door hen gerestaureerd en mag zich thans als folkloristisch museum, gedoopt met de naam "Hovens Hoes" in zijn nieuwe vorm goed laten zien. Ongetwijfeld is het gerestaureerde gedeelte aan de Esweg wel het mooiste hoekje, het "dorado" van Norg geworden. Geen wonder dan ook dat het in de zomermaanden dagelijks veel bezoekers trekt en zal blijven trekken. Bovenal met de Drentse Rijwielvierdaagse, waarbij de, in 1971 opgerichte "Commissie Fietstourisme" alles in het werk stelt om het de deelnemers in Norg zo gezellig mogelijk te maken en ze te attenderen op de bezienswaardigheden van Norg, worden deze kunstzaken druk bezocht.

Recreatiedorp

In Norg met zijn bosrijke omgeving en de afwisselende aspecten is het goed wonen. Er is veel aantrekkelijks en veel dat bindt en het leven, bovenal van ouderen, veraangenaamt. Dat beseffen veel mensen uit alle delen van ons land, vandaar dat, bovenal oudere, gepensioneerde echtparen, moeite doen zich in Norg te vestigen. In 1968 is de 5 verdiepingen tellende verzorgingsflat "De Vijversburg" aan de weg Norg-Langelo gebouwd, met bijbehorende bungalows, in de volksmond schertsend "de mot met biggen" genoemd. De vestiging van al deze, merendeels oudere, mensen uit den vreemde doet Norg iets vergrijzen. Door de vele verspreid staande zomerhuisjes in de bossen aan de weg naar Donderen en in de Langeloër duinen heerst hier in de vacantiemaanden een gezellige drukte. Aantrekkelijk voor deze verblijfsrecreanten is vooral de, op de derde dinsdag in juli gehouden, paardenmarkt. Ook de in 1976 weer ingevoerde weekmarkt voor goederen op woensdagmiddag blijkt in de behoefte te voorzien. Naast de verblijfs-recreanten is Norg ook een zeer geliefd uitgaansoord voor de dagrecreanten. Tot dusver worden deze merendeels opgevangen in het dierenpark, annex speeltuin "De Vluchtheuvel" aan de weg Norg-Donderen.

"Geschiedenis én Historie welke waard zijn bewaard te worden voor ons nageslacht."
- Historische Vereniging Norch